
Leeuw
Leeuw wil stoer zijn en durft veel. Maar ook een stoere leeuw is al eens bang. Hij leert kinderen dat je talenten mag tonen én mag zeggen wat nog niet lukt.
Junglemaatjes is geen verzameling oefeningen. Het is een leerlijn die met een kind meegroeit, en die er in de klas, in therapie en thuis hetzelfde uitziet.
Het idee
Jonge kinderen voelen veel meer dan ze kunnen zeggen. Zolang de woorden ontbreken, komt spanning eruit als gedrag. Beginnen bij gedrag afleren werkt daarom zelden. Beginnen bij benoemen wel.
Elk Junglemaatje staat voor één stuk van dat proces. De karakters hebben talenten én valkuilen, net als de kinderen zelf. Dat maakt het laagdrempelig: het gaat over Krokodil die boos wordt, niet over jou die boos wordt.
De kleuters waren meteen enthousiast over de personages en vergelijken zich steeds met hen. Het leeft vanaf het eerste moment.Juf Eveline, tweede kleuterklas
De karakters
Vijf karakters in de klas. In de therapiebox komt Slang erbij.

Leeuw wil stoer zijn en durft veel. Maar ook een stoere leeuw is al eens bang. Hij leert kinderen dat je talenten mag tonen én mag zeggen wat nog niet lukt.

Krokodil voelt alles heel hard en heel snel. Hij staat voor de momenten waarop een gevoel groter wordt dan het kind zelf, en voor de manieren om weer te kalmeren.

Olifant is traag, warm en rustig. Hij brengt de ademhalingsoefeningen, de massages en de rustmomenten die een drukke dag dragen.

Aap wil spelen, altijd en met iedereen. Via hem leren kinderen spelregels, beurten en het afstemmen op wat een ander nodig heeft.

Papegaai praat graag, soms te veel en soms net niet duidelijk. Hij staat voor luisteren, je beurt afwachten en zeggen wat je echt bedoelt.

Slang wil erbij horen maar pakt het vaak verkeerd aan. Hij plaagt en overdrijft. Elk kind herkent zich wel eens in Slang, wat het gesprek over moeilijk gedrag veiliger maakt.
De thema's
Dezelfde thema's, elk jaar met een hogere lat. Herhaling is geen zwakte van de methode, het is het werkingsprincipe.
Wat is mijn plek in de groep? Kinderen leren dat ze erbij horen, en wat ze zelf doen om een groep te laten werken.
Hoe zeg ik wat ik bedoel? Van non-verbale signalen tot luisteren en je beurt afwachten.
Van de vier basisemoties naar gradaties en mengvormen. Benoemen komt eerst, reguleren volgt.
Spelregels, rollen en afstemmen op wat een ander nodig heeft. Spelen is oefenen in het klein.
Perspectief nemen bij een conflict, en concrete herstelstrategieën die kinderen zelf kunnen gebruiken.
Eigen talenten en eigen grenzen kennen, en durven proberen wat nog niet lukt.
De opbouw

Kennismaken met de vijf karakters. Vijf thema's rond het individu: ik en de groep, ik kan dit, ik voel, ik speel.

De zes sociaal-emotionele thema's starten. Verhalen, spellen en oefeningen verdiepen wat ze kennen.

Dezelfde thema's, hogere lat. Meer coöperatieve werkvormen, hoekenwerk en individuele verwerking.

Drie grote thema's: goed in je vel, sterk in je schoenen, samen sterk. Met extra aandacht voor zelfreflectie.
Onderbouwing
De peuter- en kleutertijd is een cruciale fase voor de fundamenten van de sociale en emotionele ontwikkeling. Een eigen ik ontwikkelen, voldoende zelfvertrouwen opbouwen en leren omgaan met emoties is een stapsgewijs leerproces.
Daarom combineert Junglemaatjes lesmateriaal voor het kind met opleiding voor de volwassene. Een theoretisch kader over de ontwikkeling van het jonge kind maakt duidelijk wat leeftijdsadequaat is, en dus wat je mag verwachten. En vooral: wat niet. Met die houvast kijk je met een andere bril naar gedrag, en wordt ondersteuning gericht in plaats van goedbedoeld.
In beeld








Volgende stap
Een gratis inkijkexemplaar, digitaal of met de post. Je kiest.